Een nieuw woonplaatsBEGINsel

Annemiek Hegen
Woonplaatsbeginsel

Het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet regelt welke gemeente verantwoordelijk is voor de jeugdhulp van een jeugdige. Het bepaalt ook welke gemeente deze jeugdhulp betaalt.

Maar wat gebeurt er als de wettelijk vertegenwoordiger gaat verhuizen? Is dan de gemeente waar de jeugdige woont verantwoordelijk? Of de gemeente waar de zorg geleverd wordt? Hierdoor ontstaat er veel onduidelijkheid binnen het huidige woonplaatsbeginsel. Het kost gemeenten en zorgaanbieders veel tijd om deze onduidelijkheden uit te zoeken. Daarom wordt een nieuw woonplaatsbeginsel geïmplementeerd.

Vanwege juridische uitdagingen en tijdsgebrek door corona is de implementatie uitgesteld naar 1-1-2022. Dit neemt niet weg dat gemeenten alsnog veel moeten regelen voor de implementatie van het nieuwe woonplaatsbeginsel. Wij geven in deze blog een samenvatting.

Het nieuwe woonplaatsbeginsel

Het doel van het nieuwe woonplaatsbeginsel is, dat er meer duidelijk is, en minder uitvoeringslasten zijn. Hierdoor worden jeugdigen sneller geholpen. Daarnaast zal het nieuwe voorstel leiden tot meer aandacht en ruimte voor preventie.

Om dit doel te bereiken gelden in het nieuwe woonplaatsbeginsel twee uitgangspunten:

  • Voor zorg met verblijf geldt: de verantwoordelijke gemeente is de gemeente waar de jeugdige volgens de Basisregistratie Personen (BRP) stond ingeschreven direct voorafgaand aan het aaneengesloten verblijf.
  • Voor ambulante zorg geldt: de gemeente waar de jeugdige volgens het BRP staat ingeschreven, is verantwoordelijk.[1]

Acties voor de implementatie: administratief verhuizen

Voordat het nieuwe woonplaatsbeginsel vanaf januari 2022 in gaat, moeten gemeenten ervoor zorgen dat alle jeugdigen bij de juiste gemeente geplaatst zijn. Dit betekent dat sommige jeugdigen administratief verhuizen. Gemeenten moeten hiervoor een aantal zaken regelen:

  • Gemeenten zoeken uit per jeugdige wanneer het (aaneengesloten) verblijf is begonnen. Dit kost veel tijd, voornamelijk voor jeugdigen die al vóór 1 januari 2015 zorg met verblijf kregen. De schatting is, dat het gemiddeld 2 uur uitzoekwerk per jeugdige kost.
  • Met behulp van de lokale Basisregistratie Persoonsgegevens bepalen gemeenten vervolgens handmatig welke gemeente verantwoordelijk wordt. Er zijn door het ketenbureau i-sociaaldomein handreikingen gedeeld ter ondersteuning.
  • Jeugdigen die administratief moeten verhuizen, worden overgedragen aan de nieuwe gemeenten.
  • De nieuwe verantwoordelijke gemeente informeert de zorgaanbieder en sluit met deze zorgaanbieder nieuwe contracten af[2]. Indien mogelijk, maken deze gemeenten gebruik van het Landelijk Transitie Arrangement (LTA) contract.

Wat betekent dit voor de zorgaanbieder?

Gemeenten kunnen zorgaanbieders benaderen voor het achterhalen van de startdatum verblijf van cliënten. Wanneer gemeenten weten welke jeugdigen administratief verhuizen en naar welke gemeente, zijn zij vervolgens verantwoordelijk voor het afsluiten van de nieuwe contracten met zorgaanbieders.

Wat betreft de nieuwe contracten is er afgesproken dat in 2022 dezelfde jeugdhulp tegen dezelfde voorwaarden en tarieven geleverd moet worden als voorafgaand aan de administratieve verhuizing. Deze jeugdhulp loopt ook door na 2022, als er geen zorginhoudelijke reden is om de jeugdhulp aan te passen.

En nu?

Het ketenbureau i-sociaal domein heeft op 20 mei aangegeven dat de implementatie is uitgesteld naar 1-1-2022. Zij benadrukken dat het de bedoeling is dat gemeenten en zorgaanbieders hierdoor meer tijd krijgen om de implementatie in gang te zetten. Het migratieproces hoeft dus niet uitgesteld te worden. Op korte termijn wordt er een nieuw tijdpad gedeeld via het ketenbureau.

Heb je nog vragen of kun je hulp gebruiken bij het migratieproces? Neem dan met ons contact op!


[1] https://i-sociaaldomein.nl/cms/view/57979804/wijzigen-woonplaatsbeginsel-jeugdwet

[2] https://i-sociaaldomein.nl/file/download/57980597/wat-is-de-migratievoorziening-v10pdf

Deel deze post: